Begrippenlijst

Pensioen begrippenlijst

Alle pensioentermen helder uitgelegd in gewoon Nederlands.

64 begrippen van A tot Z

A

AOW

Algemene Ouderdomswet. Het basispensioen dat de overheid uitkeert vanaf je AOW-leeftijd. Iedereen die in Nederland woont of werkt bouwt automatisch AOW op. Je hebt 50 verzekerde jaren nodig voor de volledige uitkering.

Meer hierover

AOW-franchise

Het deel van je salaris waarover geen aanvullend pensioen wordt opgebouwd, omdat de AOW dit deel al dekt. In 2026 is de minimale Wtp-franchise €19.172 per jaar.

Meer hierover

AOW-gat

Een korting op je AOW-uitkering doordat je niet alle jaren tussen je 17e en AOW-leeftijd in Nederland verzekerd was. Per onverzekerd jaar wordt 2% gekort.

Meer hierover

AOW-leeftijd

De leeftijd waarop je recht hebt op AOW. Deze stijgt geleidelijk op basis van de levensverwachting. Voor geboren na 1960 is dit minimaal 67 jaar. De exacte leeftijd wordt 5 jaar van tevoren vastgesteld.

Meer hierover

Actuarieel

Betrekking hebbend op wiskundige berekeningen van risico's en premies bij pensioenen en verzekeringen. Een actuaris berekent bijvoorbeeld hoeveel premie nodig is om toekomstige pensioenuitkeringen te kunnen betalen.

Afkoopwaarde

Het bedrag dat je ontvangt als een klein pensioen wordt afgekocht. Pensioenfondsen mogen kleine pensioenen (onder €594,89 per jaar in 2026) afkopen met een eenmalige uitkering.

Anw

Algemene nabestaandenwet. Overheidsuitkering voor je partner als je overlijdt. De maximale uitkering is €1.668,49 bruto per maand (2026). Je moet aan bepaalde voorwaarden voldoen, zoals het verzorgen van een kind onder 18 jaar.

Meer hierover

Anw-hiaatverzekering

Aanvullende verzekering die het inkomensverlies opvangt als je partner niet (volledig) in aanmerking komt voor de Anw. Veel pensioenfondsen bieden dit aan als optionele dekking.

Meer hierover

B

Backservice

Een regeling waarbij pensioen met terugwerkende kracht wordt verhoogd als je salaris stijgt. Komt vooral voor bij eindloonregelingen. Door de overgang naar de Wtp verdwijnt backservice.

Beschikbare premieregeling

Een pensioenregeling waarbij je werkgever een vaste premie inlegt. Het uiteindelijke pensioen hangt af van het behaalde beleggingsrendement. Onder de Wtp wordt dit de standaard.

Meer hierover

Bijzonder partnerpensioen

Het deel van het partnerpensioen waar je ex-partner recht op heeft na scheiding. Dit wordt automatisch afgesplitst als je de scheiding meldt bij het pensioenfonds.

Meer hierover

C

CBS

Centraal Bureau voor de Statistiek. Het CBS berekent de levensverwachting die wordt gebruikt om de toekomstige AOW-leeftijd vast te stellen.

Conversie

Een methode bij scheiding waarbij het recht op pensioenverevening wordt omgezet in een eigen, zelfstandig pensioenrecht voor de ex-partner. Dit is een alternatief voor de standaard verevening.

Meer hierover

D

Dekkingsgraad

De verhouding tussen het vermogen van een pensioenfonds en de verplichtingen. Bij 100% kan het fonds precies alle pensioenen betalen. Boven 100% is er een buffer, onder 100% een tekort. De gemiddelde dekkingsgraad van grote fondsen was circa 128% eind 2025.

Meer hierover

Defined benefit (DB)

Engelse term voor een uitkeringsregeling. Je pensioenuitkering staat van tevoren vast (op basis van salaris en dienstjaren), ongeacht het beleggingsrendement.

Defined contribution (DC)

Engelse term voor een premieregeling. De premie staat vast, maar het uiteindelijke pensioen hangt af van het beleggingsrendement.

DNB

De Nederlandsche Bank. Toezichthouder op pensioenfondsen. DNB controleert of fondsen financieel gezond zijn en voldoende reserves aanhouden.

E

Eerder stoppen

Vóór je AOW-leeftijd met pensioen gaan. Dit leidt tot een lagere pensioenuitkering omdat je minder opbouwt en langer pensioen ontvangt. Je moet de periode tot je AOW-leeftijd zelf overbruggen.

Meer hierover

Eindloonregeling

Pensioenregeling waarbij je pensioen wordt berekend op basis van je laatstverdiende salaris. Levert bij salarisstijgingen een hoger pensioen op, maar is duurder voor de werkgever. Komt steeds minder voor.

Meer hierover

F

Factor A

De jaarlijkse pensioenopbouw in euro's. Staat op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Je hebt factor A nodig om te berekenen hoeveel fiscale jaarruimte je hebt voor extra pensioensparen via een lijfrente.

Flexibel pensioen

De mogelijkheid om je pensioenuitkering aan te passen: eerder of later laten ingaan, deeltijdpensioen opnemen, of variëren in hoog-laag of laag-hoog constructies.

Franchise

Het deel van je salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd, omdat de AOW dat deel al dekt. In 2026 is de Wtp-franchise minimaal €19.172. Hoe hoger de franchise, hoe minder pensioen je opbouwt.

Meer hierover

G

Geïndexeerd pensioen

Een pensioen dat periodiek wordt verhoogd om de inflatie bij te houden. Indexatie is niet gegarandeerd en hangt af van de financiële situatie van het pensioenfonds.

H

Hoog-laagconstructie

Een manier om je pensioenuitkering te variëren. Je ontvangt eerst een hoger bedrag (bijvoorbeeld tot je AOW-leeftijd) en daarna een lager bedrag, of andersom. Handig als je eerder stopt met werken.

Meer hierover

I

Indexatie

Verhoging van pensioenuitkeringen en opgebouwde rechten om de koopkracht op peil te houden (compensatie voor inflatie). Indexatie is niet gegarandeerd en hangt af van de financiële positie van het fonds.

Invaren

Het omzetten van bestaande (oude) pensioenrechten naar het nieuwe pensioenstelsel onder de Wtp. Alle pensioenfondsen moeten hun bestaande rechten invaren, tenzij dat onevenredig nadelig is voor deelnemers.

J

Jaarruimte

Het bedrag dat je fiscaal aftrekbaar mag inleggen in een lijfrente voor extra pensioenopbouw. De jaarruimte hangt af van je inkomen en je pensioenopbouw (factor A). Het maximum in 2026 is 30% van de premiegrondslag.

K

Kapitaaldekking

Een financieringssysteem waarbij pensioenpremies worden belegd om er later pensioenen van uit te keren. Het Nederlandse aanvullende pensioenstelsel werkt op basis van kapitaaldekking, in tegenstelling tot de AOW die werkt via het omslagstelsel.

Korting (pensioen)

Verlaging van pensioenuitkeringen of opgebouwde rechten door een pensioenfonds. Dit kan nodig zijn als de dekkingsgraad te lang te laag is. Onder de Wtp verandert dit: pensioenen bewegen mee met de beleggingsresultaten.

L

Levensverwachting

De gemiddelde verwachte leeftijd die iemand bereikt. Het CBS berekent dit jaarlijks. De levensverwachting bepaalt de toekomstige AOW-leeftijd: stijgt de levensverwachting, dan stijgt de AOW-leeftijd mee.

Lijfrente

Een fiscaal aftrekbare manier om zelf extra pensioen op te bouwen. Je legt periodiek of eenmalig geld in bij een bank of verzekeraar, dat wordt uitgekeerd vanaf je pensioen. Vooral nuttig voor zzp'ers en mensen met een pensioengat.

Meer hierover

M

Max. pensioengevend loon

Het maximale salaris waarover je pensioen mag opbouwen. In 2026 is dit €137.800. Over salaris boven dit bedrag bouw je geen pensioen meer op via je werkgever. Dit kan leiden tot een pensioengat voor hogere inkomens.

Meer hierover

Middelloonregeling

Pensioenregeling waarbij je pensioen wordt berekend op basis van je gemiddelde salaris over je hele carrière. Was de meest voorkomende regeling in Nederland vóór de Wtp.

Meer hierover

Mijnpensioenoverzicht.nl

Website van de overheid waar je met DigiD een totaaloverzicht krijgt van al je opgebouwde pensioenen bij alle fondsen en verzekeraars, plus je verwachte AOW.

N

Nabestaandenpensioen

Uitkering voor je partner en/of kinderen bij jouw overlijden. Bestaat uit partnerpensioen (meestal 70% van het ouderdomspensioen) en wezenpensioen (14% per kind onder 18 of 21 jaar).

Meer hierover

Netto pensioen

Een pensioenregeling voor salaris boven het maximum pensioengevend loon (€137.800 in 2026). De premie is niet aftrekbaar, maar de uitkering is onbelast. Bedoeld voor hogere inkomens.

O

Omslagstelsel

Financieringssysteem waarbij de premies van werkenden direct worden gebruikt om de uitkeringen van gepensioneerden te betalen. De AOW werkt via het omslagstelsel: je betaalt nu voor de ouderen van nu.

Opbouwpercentage

Het percentage van je pensioengrondslag dat je per dienstjaar aan pensioen opbouwt. Het maximale opbouwpercentage voor middelloon is 1,875% per jaar en voor eindloon 1,657% per jaar.

Meer hierover

Ouderdomspensioen

Het pensioen dat je ontvangt vanaf je pensioendatum. Bestaat uit AOW (van de overheid) plus aanvullend pensioen (van je werkgever/pensioenfonds). Samen vormen ze je totale pensioeninkomen.

P

Partnerpensioen

Uitkering voor je partner na jouw overlijden. Meestal 70% van je opgebouwde ouderdomspensioen. Er bestaan twee soorten: op opbouwbasis (opgebouwd tijdens je dienstverband) en op risicobasis (alleen gedekt zolang je in dienst bent).

Meer hierover

Pensioenfonds

Organisatie die het pensioen van werknemers in een sector of bedrijf beheert. De vijf grootste in Nederland zijn ABP, PFZW, PMT, bpfBOUW en PME. Zij beleggen de premies en keren later de pensioenen uit.

Meer hierover

Pensioengat

Het verschil tussen je huidige netto-inkomen en wat je na pensionering ontvangt. De meeste Nederlanders hebben een pensioengat van 20% tot 40%. Je kunt dit verkleinen met extra sparen, beleggen of een lijfrente.

Meer hierover

Pensioengrondslag

Het deel van je salaris waarover daadwerkelijk pensioen wordt opgebouwd. Dit is je bruto jaarsalaris minus de franchise. Voorbeeld: €50.000 salaris - €19.172 franchise = €30.828 pensioengrondslag.

Meer hierover

Pensioenknip

Het splitsen van je pensioenkapitaal in twee delen op je pensioendatum. Je koopt direct een deel aan en wacht met het andere deel op een gunstiger rentestand. Niet meer beschikbaar onder de Wtp.

Pensioenregister

Het landelijke register waar al je pensioengegevens worden bijgehouden. Via mijnpensioenoverzicht.nl kun je je gegevens raadplegen met DigiD.

Pensioenverevening

De verdeling van pensioen bij scheiding. Standaard wordt het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen 50/50 verdeeld. Dit gebeurt op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps).

Meer hierover

Premieregeling

Pensioenregeling waarbij een vaste premie wordt ingelegd. Het uiteindelijke pensioen hangt af van het beleggingsrendement. Onder de Wtp wordt dit het standaard type regeling voor iedereen.

Meer hierover

R

Rekenrente

De rente waarmee pensioenfondsen hun toekomstige verplichtingen berekenen. Een lagere rekenrente betekent hogere verplichtingen en een lagere dekkingsgraad. De rekenrente wordt vastgesteld door DNB.

Reserveringsruimte

Als je in voorgaande jaren niet je volledige jaarruimte voor lijfrente hebt benut, kun je het onbenutte deel alsnog gebruiken. Je mag maximaal 7 jaar terugkijken.

RVU

Regeling Vervroegde Uittreding. Werkgevers mogen tot 2028 een uitkering van maximaal €2.357 bruto per maand belastingvrij aanbieden aan werknemers die tot 3 jaar voor hun AOW-leeftijd stoppen met werken.

Meer hierover

S

Solidaire premieregeling

Een van de twee regelingstypen onder de Wtp. Kenmerkt zich door collectieve risicodeling via een solidariteitsreserve. De meeste grote pensioenfondsen (ABP, PFZW, PMT) kiezen voor dit type.

Solidariteitsreserve

Een collectieve buffer binnen de solidaire premieregeling. Maximaal 15% van het totale fondsvermogen. Wordt gebruikt om de gevolgen van beleggingsschommelingen te dempen voor deelnemers.

SVB

Sociale Verzekeringsbank. Overheidsinstantie die de AOW en Anw uitvoert. De SVB betaalt maandelijks je AOW-uitkering en vakantiegeld.

T

Toeslagverlening

Verhoging van pensioenrechten of -uitkeringen, vaak om inflatie te compenseren. Een toeslag (indexatie) is niet gegarandeerd en hangt af van de financiële situatie van het pensioenfonds.

Transitie-ftk

Het overgangsregime dat pensioenfondsen mogen gebruiken tijdens de transitie naar de Wtp. Hiermee kunnen fondsen al eerder indexeren dan onder het oude ftk (financieel toetsingskader).

U

UPO

Uniform Pensioenoverzicht. Een jaarlijks overzicht dat je van je pensioenfonds ontvangt met daarin je opgebouwde pensioen, verwacht pensioen en nabestaandenpensioen. Controleer dit jaarlijks.

Uitkeringsregeling

Een pensioenregeling waarbij de hoogte van de uitkering van tevoren vaststaat, gebaseerd op je salaris en dienstjaren. Wordt onder de Wtp omgezet naar een premieregeling.

V

Variabele uitkering

Een pensioenuitkering die meebeweegt met beleggingsresultaten. Kan hoger uitvallen bij goede beleggingsresultaten, maar ook lager bij slechte resultaten. Onder de Wtp wordt dit gebruikelijker.

Verlofsparen

Het opsparen van vakantiedagen en overuren om later in één keer op te nemen. Sinds 2021 mag je tot 100 weken verlof sparen, waarmee je bijna 2 jaar eerder kunt stoppen met werken.

Meer hierover

W

Waardeoverdracht

Het overdragen van je opgebouwde pensioen naar het pensioenfonds van je nieuwe werkgever als je van baan wisselt. Hiermee voorkom je dat je pensioen versnipperd raakt over meerdere fondsen.

Wezenpensioen

Pensioenuitkering voor kinderen als een ouder overlijdt. Meestal 14% van het ouderdomspensioen per kind, tot 18 of 21 jaar (als het kind studeert).

Meer hierover

Wtp

Wet toekomst pensioenen. De nieuwe pensioenwet die in 2023 is ingegaan. Alle pensioenregelingen worden uiterlijk 2028 omgezet naar premieregelingen. Iedereen krijgt een persoonlijk pensioenvermogen in plaats van een pensioenaanspraak.

Wvps

Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Regelt dat het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen standaard 50/50 wordt verdeeld bij scheiding. Je moet de scheiding binnen 2 jaar melden bij het pensioenfonds.

Meer hierover

Z

Zzp-pensioen

Zelfstandigen zonder personeel bouwen geen verplicht werkgeverspensioen op. Zij kunnen zelf pensioen opbouwen via een lijfrente, beleggen, of vrijwillige aansluiting bij een pensioenfonds in hun branche.

Meer hierover

Begrip missen?

Deze begrippenlijst wordt regelmatig bijgewerkt. Gebruik onze calculators om je eigen pensioensituatie in kaart te brengen.